DE BEKKASINEN HOUTKACHEL - VORMGEVING |
|
|||
| Uit: "De Grote Houtkachel Gids" van Ruud Rook |
||||
Een kunsthistoricus, die zich in kachelvormgeving verdiepte, slaagde erin classicisme, neo-gotiek, empire, biedermeier, art nouveau en nieuwe zakelijkheid in de kachelvormgeving te herkennen. Gietijzeren classicistische en neogotische kachels werden volgens zijn indeling geproduceerd tot het eind van de vorige eeuw. De biedermeier van Lange tot op heden. Een art nouveau-kachel die in 1982 plotseling opnieuw, na een halve eeuw te zijn weggeweest, op de kachelmarkt verscheen, is de Belle Epoque van Godin.
|
`Het` klassieke voorbeeld van een nieuwe zakelijkheid-kachel wordt in de Deense literatuur altijd de Bekkasinen van timmerman Bech genoemd. Inderdaad stamt deze plaatstalen kachel uit 1927, en hij betekende op bescheiden wijze een omwenteling op kachelvormgevingsgebied, omdat hij zijn fraaiheid van uiterlijk alleen en uitsluitend dankt aan zijn vorm, en niet aan krullen, tierelantijnen en siergietwerk. Sindsdien is er op kachelvormgevingsgebied iets veranderd - zij het dat deze verandering pas in de jaren `70 echt merkbaar werd. De tijd was toen in Denemarken rijp - en de voortgeschreden techniek verschafte de produktiemogelijkheden en materialen - voor strak vormgegeven plaatstalen kachels, eenvoudig van uiterlijk, functioneel en toch niet ogend als een brandkast of antracietkleurige vaatwasmachine. Deze kachels werden een belangrijk Deens exportartikel. Hun vormgeving werd zo belangrijk, goed en toonaangevend geacht, dat de Danish Design Counsil de uit 1969 stammende Fyrtønden van ontwerper Hans Dall en de Rais-kachels van Bent Falk het DD (Danish Design)-label toekende - een erkenning van de eenheid van functie en fraaiheid van ontwerp van deze produkten. Kachelontwerpers staan in Denemarken in even hoog aanzien als bekende schrijvers hier. Denemarken ging `design` uitvoeren, en de hele wereld werd een gretig afnemer. |
|||
|
||||

De originelen